Satellietonderdelen

Een satellietinstallatie kan altijd door een monteur van CanalDigitaal worden uitgevoerd. Dit is echter geen verplichting. Het is ook mogelijk om zelf de satellietinstallatie te maken, en de daarbij behorende onderdelen te kiezen. Dit is een van de grote vrijheden van satelliet televisie t.o.v. de kabel of digitenne!

Ontvanger

De ontvanger is het kastje dat in de huiskamer bij de TV staat. Dit apparaat zet de satellietsignalen om in beeld en stuurt deze naar de TV. Er zijn vele ontvangers in omloop; van simpel te bedienen ontvangers tot hobby-decoders waar van alles in en aan gewijzigd kan worden. Een goede ontvanger is in staat om gecodeerde kanalen te decoderen, heeft een EPG aan boord en makkelijk te wijzigen zender- of favorietenlijsten.

Ontvangers kunnen met of zonder harde schijf zijn uitgerust. Ontvangers met harde schijf heten doorgaans PVRs, omdat ze als videorecorder kunnen worden gebruikt. Door in de EPG een voorselectie te maken, kan van te voren worden bepaald wat er moet worden opgenomen.

Verder is er een verschil tussen SD en HD ontvangers. SD-ontvangers zijn de 'gewone' ontvangers, terwijl HD-ontvangers in staat zijn om het toenemende aantal HD kanalen te verwerken.

 

LNB

LNB betekent Low Noise Block. Dit is de 'kop' die aan het eind van de stang aan de schotel komt te hangen. De satellietsignalen komen in de LNB binnen, die ze omzet naar een lagere frequentie. Van daaruit gaan ze naar de satellietontvanger. De LNB wordt door de ontvanger aangestuurd om af te stemmen op specifieke signalen.

Er zijn LNBs in omloop die twee koppen bevatten; dit zijn monoblocks. Deze worden gebruikt om bijv. Astra-1 en Astra-3 tegelijk te kunnen ontvangen.

 

Schotel

De schotel is het meest in het oog springende deel van een satellietinstallatie. Het ovaalronde gevaarte kan doorgaans in diameter variëren tussen de 40 en 90 centimeter. Hoe groter de schotel is, hoe meer van het satellietsignaal er naar de LNB wordt weerkaatst. Van de schotel zijn er ook nog verschillende types verkrijgbaar waarbij de offsetschotel het meest voorkomend is bij huisoudens.

 

DiSEqC

Het is niet ondenkbaar dat met één schotel meerdere satellieten of satellietposities worden ontvangen. Een schotel wordt altijd uitgericht op één satelliet, maar als een 'naburige' satelliet ook interessante programma's biedt, kan het wenselijk zijn om een extra LNB te plaatsen en uit te richten. De techniek die ervoor zorgt dat de ontvanger met de juiste LNB communiceert heet DiSEqC. Als met losse LNBs wordt gewerkt zal er gebruik moeten worden gemaakt van DiSEqC-switches.

 

Motor

Voor wie echt geen kanaal wil missen van wat er allemaal in de ruimte hangt, is er de gemotoriseerde installatie. De schotel is uitgerust met één LNB en achter de schotel bevindt zich een motor die de schotel kan richten op een bepaalde satelliet. De ontvanger kan aangeven waar de motor heen moet draaien.

 

CI-module

Er zijn ontvangers waar een decodeerkaartje zo ingestoken kan worden. De meeste CanalDigitaal gecertificeerde modellen hebben dit. Maar er zijn veel meer ontvangers op de markt die niet specifiek voor één codeertechniek of aanbieder zijn vervaardigd. Deze ontvangers zijn vaak uitgerust met één of twee CI-sloten, vergelijkbaar met de PCMCIA insteeksloten in laptops. In zo'n CI-slot kan een module gestoken worden, waarin dan weer de kaart kan worden geschoven. De CI-Module neemt dan de specifieke decodeertechniek voor zijn rekening en geeft de ongecodeerde signalen aan de ontvanger. Een voordeel hiervan is dat bijv. bij een wijziging in de codeertechniek niet ineens de hele ontvanger waardeloos wordt, maar dat dan volstaat met een nieuwe CI-module.