Hoe werkt satelliettelevisie?

Het principe van satellietcommunicatie is vrij simpel. Ergens in de ruimte bevindt zich een soort radioversterker. Daarheen worden signalen verstuurd, vanaf een zendstation op de aarde. Deze signalen worden versterkt en weer teruggestuurd naar de aarde.

De werkelijkheid is iets gecompliceerder. Normaal is het zo dat satellieten die de ruimte in worden geschoten, rondjes draaien om de aarde. De snelheid waarmee de satelliet rond de aarde gaat is afhankelijk van o.a. de afstand tot de aarde en de positie boven de aarde. Als een satelliet echter op plm. 36000 km hoogte van de aarde recht boven de evenaar hangt, is de hoeksnelheid van de satelliet gelijk aan die van de aarde. Voor ons op de grond lijkt de satelliet dan stil te staan op één positie. De baan waarin de satelliet dan exact met de aarde meedraait, is de geostationaire baan.

Vrijwel alle tv-satellieten bevinden zich op een locatie in de deze geostationaire baan. Omdat deze baan erg populair is voor satellietbedrijven en overheden, is de beschikbaarheid van de diverse posities op deze baan gereguleerd. De meeste satellieten die op Europa staan gericht, hangen dus in de ruimte ergens recht boven Afrika. Vanaf daar worden de tv-signalen naar Europa gezonden. Het is dus begrijpelijk dat die signalen met een gewone sprietantenne niet meer te ontvangen zijn; normale radiostations hebben al na enkele tientallen kilometers last van afnemend signaal. Een signaal uit Afrika komt van duizenden kilometers.

Daarom is het van belang om een antenne te hebben die een groter deel van het signaal kan oppikken en dat kan samenvoegen of optellen tot een sterker, wel te ontvangen signaal. Een soort radiogolf-vergrootglas. Een schotel is precies het instrument dat dat doet: De grote schijf is een beetje bolvormig en werkt als een spiegel. De signalen worden door de schotel weerkaatst, maar vanwege de holle vorm worden de signalen ook gebundeld. Net als bij een vergrootglas (of welke andere lens dan ook) heeft een schotel een brandpunt. Dat is het punt waar de weerkaatste signalen bij elkaar komen. Op die plek komt dan de echte antenne om deze signalen op te pikken. Die antenne is de kop die zich aan het eind van de feed-stang bevindt; de LNB.